personen

Peter Shaffer

van thriller tot tragedie

"Ik wil de magie en de retoriek doen herleven,
al die dingen die aan het publiek een "Oh!" ontlokken"

Peter Shaffer

 

Als er één hedendaags toneelschrijver is die weerlegd heeft dat je enkel met vrijblijvend entertainment een zaal vol krijgt dan is het Peter Shaffer wel. Megahits als Amadeus en Equus slagen er nog steeds in wereldwijd een groot publiek te confronteren met de grote levensvragen, terwijl het de indruk heeft dat het  naar een thriller zit te kijken. Met thrillers is het trouwens allemaal begonnen…

Samen met zijn tweelingbroer Anthony werd Peter Shaffer op 15 mei 1926 geboren in Liverpool als zoon van een makelaar in gronden. Nadat het gezin verhuisd was naar Londen, liep Peter er school aan de befaamde Saint Paul's School en wilde daarna geschiedenis gaan studeren. Daar stak de oorlog voorlopig echter een stokje voor. Hij werd opgevorderd om dienst te doen, niet aan het front maar in de koolmijnen van Kent en zou er tot in 1947 aan de slag blijven.  Dan kon hij eindelijk naar het Trinity College in Cambridge, behaalde er na drie jaar studie een diploma Geschiedenis om dan te moeten vaststellen dat hij niet wist wat hij ermee aan moest.

In de loop der jaren was hij wel gefascineerd geraakt door het theater. Hij had  o.m. de grote Laurence Olivier aan het werk gezien en diens entree als de gebochelde, hinkende Richard III in het gelijknamige stuk van Shakespeare had een beklijvende indruk op hem gemaakt. Hij begon te dromen van een carrière als acteur: als mijnwerker, zeulend met een karretje boordevol steenkool had hij in zijn hoofd de grote rollen allemaal nagespeeld: Hamlet, Othello…Of misschien was toneelschrijver ook wel wat?  Maar was dat eigenlijk wel een  beroep?  Volgens zijn vader was dat alleen maar iets voor in je vrije tijd, na de èchte arbeid.

Ondertussen had Peter samen met zijn broer wel al een detective story geschreven, die in 1951 onder het pseudoniem Peter Anthony gepubliceerd werd. In 1952 volgde een tweede en in 1955 een derde. Meer dan om de vraag wie het gedaan had ging het in deze romans, waarvan hij de laatste twee alleen schreef, om het ontraadselen van de motieven van de dader: een procédé dat hij ook graag in zijn toneelstukken zou gebruiken.  

Hij besloot naar Amerika te trekken in de hoop zich daar van al wat hem in Engeland afremde te kunnen bevrijden. Maar New York bleek lang niet het "beloofde land" dat hij uit de verhalen van Amerikaanse studiegenoten voor zichzelf gedistilleerd had. De baantjes die hij er uitoefende, nu eens in een boekhandel, dan weer in een luchthaven, een station of een grootwarenhuis vond hij allemaal even vervelend en na drie jaar keerde hij  naar Londen terug. Daar begon hij, na een korte carrière bij een muziekuitgeverij, serieus werk te maken van een professionele schrijversloopbaan.

Met een beetje financiële steun van zijn vader aangevuld door wat zijn recensies voor een literair tijdschrift opbrachten slaagde hij erin rond te komen. Zijn inspanningen werden beloond want in 1955 kon hij het televisiespel "The Salt Land" aan ITV verkopen en enkele jaren later kon hij "Balance of Terror" aan BBC Television en "The Prodigal Father" aan BBC Radio slijten. En zoals  voor zoveel beginnende auteurs bleek televisie- en radiowerk een uitstekende springplank naar het beoogde doel: theater en film.

Zijn eerste grote succes in het theater, goed voor 610 opvoeringen, kwam in 1958 met "Five Finger Exercice", een middle-class  familiedrama, naar vorm en inhoud vrij traditioneel, zonder de openlijke maatschappijkritiek en het verbale geweld, waarmee  Osborne en andere "Angry Young Men" de Britse burger in de late jaren vijftig probeerden wakker te schudden.  In 1962 volgden twee eenakters "The Private Ear" en "The Public Eye",  ("Horen en Zien") waarvan de eerste nog min of meer aansloot bij zijn debuut, maar waarvan de grillige mix van realisme, farce en existentieel drama in de tweede de critici desoriënteerde. Shaffer, die zich nooit bij heersende trends inschreef, verraste pers en publiek opnieuw in 1964 met "The Royal Hunt of the Sun" over de verovering van Peru door Pizarro, volgens sommigen een  epos à la Cecil B. de Mille voor intellectuelen, waarin duidelijk de invloed van Brecht en Artaud merkbaar was. In 1965 ging hij dan weer de comedie-toer op met de uiterst succesvolle "Black Comedy" , waarin hij laat zien hoe mensen zich in het donker gedragen.

Minder geslaagd was de eenakter "White Lies" waarmee het later als "double-bill" gepresenteerd werd. Een absolute mislukking werd en bleef, ondanks voortdurende herwerkingen "The Battle of Shrivings" waaraan Shaffer een ernstige writer's block overhield. Pas in 1973 kon hij die overwinnen, maar dan was het meteen  weer  raak : "Equus" werd een wereldhit die enkel door "Amadeus" (1979) overtroffen werd.

In 1985 scoorde het National Theatre nog met het Bijbels epos "Yonadab". Met "Lettice and Lovage"(1987), dat drie jaar  in de West End liep en waarin hij op een geestige en menselijke manier de relatie onderzocht tussen rede en instinct, keerde hij terug naar een gematigd realisme. In "The gift of the Gorgon"(1992), zijn (voorlopig?) laatste stuk, dat een fusie wil realiseren tussen klassiek drama, realisme en epos, onderzocht  Shaffer het begrip moraal en peilde hij naar de betekenis van Griekse oermythen in het leven van de moderne mens. Voor de critici was het weerom een bron van felle discussie.

Producties