personen

Yvonne Keuls

werd op 17 december 1931 geboren in Batavia, Nederlands-Indië (het huidige Jakarta, Indonesië). Zij was de jongste van vier kinderen. Haar moeder, Jopi Bamberg was Javaanse. Haar vader, Samuel Bamberg was een joodse Nederlander. In 1938 kwam het gezin in Nederland wonen, in Den Haag, waar ze opgroeit in een geheel eigen, wat geïsoleerde wereld.

Haar vader overleefde de oorlog niet. Yvonne ging naar het Grotiuslyceum.

Daar speelde ze graag en veel toneel. De directeur van de school vond dat ze naar de toneelschool moest gaan. Maar haar moeder besliste dat ze, net als haar zus, onderwijzeres moest worden. Vanaf 1952 werkte ze in de zesde klas van een volksschool in Den Haag. Toen ze trouwde met Rob Keuls, een stuurman bij de Holland-Amerikalijn, werd ze op staande voet ontslagen. Getrouwde vrouwen werkten niet. Ze kregen drie dochters: Claudette (1955), Marysa (1957) en Gerdiene (1961). In die jaren begon Yvonne Keuls korte stukjes te schrijven voor haar kinderen en later ook gedichten, toneelstukken, hoorspelen en televisiebewerkingen van romans van bekende schrijvers.

Ze schreef het scenario voor de ambitieuze tiendelige verfilming van De boeken der kleine zielen van Louis Couperus die in het seizoen 1969-1970 werd uitgezonden. De die haar voor deze prestatie ten deel viel, leidde ertoe dat ze ook gevraagd werd televisiebewerkingen te maken van De koperen tuin van Simon Vestdijk en Klaaglied om Agnes van Marnix Gijsen.

Haar werk voor televisie gaf Yvonne Keuls al vlug landelijke bekendheid met als gevolg dat ze vaak werd gevraagd lezingen te geven op secundaire scholen. Deze lezingen werden meer en meer groepsbijeenkomsten waarbij jongeren over hun persoonlijke moeilijkheden vertellen. Zo komt ze steeds meer in aanraking met probleemkinderen en realiseert zich hoeveel problemen sommige jongeren hebben. Samen met een aantal andere mensen opent ze een Jongeren Opvang Centrum in een groot huis in de duinen. Na een jaar gaat het centrum failliet, maar Yvonne legt al haar ervaringen vast in haar eerste roman: Jan Rap en z'n maat.

Hoofdlijnen van haar werk

Uit alle columns, verhalen, romans en toneelstukken die Yvonne Keuls schrijft, blijkt dat ze heel erg meeleeft met jongeren en hun problemen. Veel boeken van Yvonne Keuls komen voort uit haar betrokkenheid bij, zoals zij het noemt, 'mensen die op de rand leven'. Vanuit dat engagement tracht ze, door te schrijven over de schrijnende situaties die ze tegenkomt, maatschappelijk onrecht aan de kaak te stellen. Ze moraliseert niet, dringt nergens een mening op, maar laat de lezer zelf de conclusies trekken.

Ze wil met elk boek een bepaald onderwerp aan de orde stellen. Dat doet ze steeds door één persoon te beschrijven die representatief is voor een hele groep. Als lezer begrijp je daardoor hoe het iedereen vergaat die met datzelfde probleem zit. Het gaat haar dus niet in de eerste plaats om mooie zinnen of een knappe opbouw. Haar schrijfstijl is sober, haar werk eerder journalistiek dan literair.

De hoofdpersonen in de beroemde sociale romans van Yvonne Keuls, waarin fictie en werkelijkheid een hechte eenheid vormen, zijn sterke figuren die in een ellendige situatie terecht zijn gekomen. Thema's als leed en onmacht, angst en het grote gemis aan liefde, maar ook schulden eigen verantwoordelijkheid worden met liefde behandeld.

Haar eerste grote succes, Jan Rap en z'n maat (1977), is gebaseerd op haar ervaringen in een opvangcentrum voor jongeren in Den Haag waarvan zij een van de initiatiefnemers was. Verhalen en eigenschappen van de vele kinderen en jongeren die zij in het opvangcentrum leerde kennen, zijn in het boek samengevoegd tot de belevenissen van een groep van 21 jongeren.

Een van de meest voorkomende problemen van de jongeren waarmee zij te maken kreeg, was drugsverslaving. Dit thema staat centraal in De moeder van David S., geb. 3 juli 1959 (1980) dat voortkwam uit het contact met ouders van verslaafde kinderen. Het verhaal wordt dan ook vanuit het perspectief van de moeder verteld. Langzaam komt zij tot het besef dat zij haar verslaafde zoon los moet laten om niet zelf ten onder te gaan.

Drugsverslaving en het gevolg daarvan, namelijk de vlucht van jonge meisjes in de prostitutie om aan geld te komen, staan centraal in Het verrotte leven van Floortje Bloem (1982). Na het verschijnen van dit boek werd de schrijfster benaderd door jeugdige homoprostituees die ook verstrikt zaten in de wereld van drugs en criminaliteit en daarom veel in contact kwamen met justitie. Daaruit vloeide het verhaal van Annie Berber en het verdriet van een tedere crimineel (1985) voort, over een jongen die door een kinderrechter seksueel misbruikt wordt.

Meneer en mevrouw zijn gek(1992) is het resultaat van het observeren van de gang van zaken in een psychiatrische inrichting en het voeren van gesprekken met patiënten. In deze 'docuroman' combineert Keuls de levensverhalen van de patiënten met beschrijvingen van de dagelijkse gebeurtenissen op de verblijfsafdeling van het centrum.

Kenmerkend vooral deze 'geromantiseerde documentaires', zoals Yvonne Keuls ze noemt, zijn de directe, onopgesmukte stijl en de zakelijke registratie van gebeurtenissen die de boeken een grote mate van waarachtigheid verlenen.

Met Daniël Maandag (1988) sloeg Keuls een andere weg in. Deze novelle met autobiografische kanten vertelt van de belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog van een fantasierijk Haags jongetje, zoon van een joodse pianist en een niet-joodse, aan tbc overleden violiste. Indische tantes (1988) grijpt terug op het Indische milieu waarin de schrijfster opgroeide. De tocht van het kind (1990) heeft de overgang van Indonesië naar Nederland tot onderwerp en beschrijft de voorbereidingen van een Indonesisch gezin voor de overtocht. Lowietjes smartegeld, of Het gebit van mijn moeder (1995) gaat over de invloed die het verblijf in een jappenkamp van een jongetje en zijn moeder heeft op het latere leven van de jongen.

Met haar boeken bereikt Yvonne Keuls grote groepen lezers. Vooral de documentaire romans zijn kassuccessen die ook dienden als basis voor toneelstukken en (televisie)verfilmingen. Maar er is ook kritiek op haar werk. Keuls is wel verweten dat ze werkt volgens een 'succesformule': het aanpakken van een 'lekker' thema waarover sensationeel geschreven kan worden. Daarnaast zijn er veel recensenten die haar boeken niet beschouwen als literatuur. Aan de verkoopresultaten in binnen- en buitenland doet die kritiek echter niets af. Wie haar boeken leest, doet dat om de inhoud en niet om hoe het geschreven is. De grote weerklank die haar werk bij lezers vindt, blijkt ook uit het feit dat zij in 1999 voor haar boek Mevrouw mijn moeder werd bekroond met de Trouw Publieksprijs voor het Nederlandse Boek. In deze roman schildert ze een liefdevol portret van haar Indische moeder, een koppige en fantasierijke vrouw, die de mooiste verhalen kon vertellen over haar vaderland.

In 2001 verscheen haar ontroerende levensverhaal Madame K. Van Indisch kind tot Haagse dame dat direct na verschijnen een bestseller werd.

Producties